NIEUWS:

rss


RECEPTEN










Theoloog (predikant)veganist Hans Bouma en de bijbel

Zie hier enkele van zijn boeken.


Drs Hans Bouma werkte als predikant in de gereformeerde kerken van Heerhugowaard, Hilversum en Noordeloos.

Hans Bouma (1941), geboren in Tilburg, studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Hij was dertien jaar werkzaam als (gereformeerd) gemeentepredikant.

Hij geniet landelijke bekendheid als schrijver, als dichter en als spreker.

// // // // //

Volgens de interpretatie van predikant Hans Bouma van de bijbel, komen dieren ook gewoon in de hemel.

“God blijft trouw aan het werk van Zijn handen,” stelt predikant en schrijver en dichter Hans Bouma.

“Hij begint nooit iets om het vervolgens niet te voltooien. God sloot bijvoorbeeld niet alleen een verbond met Noach, maar ook met de dieren.”

Predikant Hans Bouma is een groot dierenliefhebber, lid van diverse dierenwelzijnsorganisaties en landelijk bestuurslid van de Partij voor de Dieren.

“Ik vind namelijk, dat dieren vaak worden overgeslagen, terwijl zij ook schepselen van God zijn. Als zij lijden, doet mij dat pijn.

Zij hebben Zijn adem en geest ook in zich.

In Psalm 36 staat: ‘Mens en dier verlost Gij, Here.’

Daaruit blijkt dat God niet alleen een God is van mensen. Beide hebben perspectief na de dood.”

Predikant Hans Bouma vindt de hemel een moeilijk te omschrijven begrip, maar probeert het toch:

“Je zou die kunnen definiëren als Gods grenzeloze herbergzaamheid.

Vooral dieren in de bio-industrie lijden veel. Hun leven is geen hemel, maar een hel op aarde.

In de hemel worden zij gecompenseerd voor wat zij op aarde moeten missen.

Daar is rehabilitatie van mens en dier.

De reikwijdte van Gods heil is namelijk allesomvattend.

Jesaja ziet een beeld van eeuwige vrede, waarin mens en dier samenleven in een hemel op aarde.

Alles wat nu gebroken en verscheurd is, wordt onder regie van de Schepper heel gemaakt.

” Om in de hemel te komen, hebben dieren volgens Predikant Hans Bouma geen Verlosser nodig. “Voor hen is het makkelijker om in Gods nabijheid te worden opgenomen. Zij zondigen namelijk niet.”

// // // // //

Hans Bouma over onverdoofd slachten:

Opperrabbijn van Amsterdam, Arje Ralbag zei: ‘Wij zijn diep gekwetst. Wij doen een dringend beroep op het parlement: laat ons in vrijheid ons geloof praktiseren. In het verleden hebben jullie de armen voor ons geopend, waren jullie ons bastion en baken. En nu gaat het gordijn dicht, onze geest is gebroken.’
Bewogen taal die ons niet onberoerd laat vindt Hans Bouma. Maar wat ons ook niet onberoerd mag laten: het ten hemel schreiende geloei, geblaat, gekrijs en gezucht van al die dieren die zonder verdoving worden geëxecuteerd. Niet dat slachten mét verdoving nu zo ideaal is, praktisch niet en ook moreel niet.
Slachten is en blijft vermoorden en kan dan ook nooit diervriendelijk of humaan worden genoemd.

Voor het onverdoofde rituele slachten kun je allerlei argumenten aanvoeren – wettische, historische, traditionele, culturele, maar ook religieuze?
Als creatie van God heeft het dier een eigen, intrinsieke waarde. Na de zondvloed sluit God niet alleen een verbond met Noach maar ook en heel nadrukkelijk met de dieren.

Dier en geloof

De saamhorigheid van mens en dier die hierin het Noach-verhaal wordt uitgebeeld komt terug aan het eind van het verhaal als God met de familie Noach, en met alle dieren uit de ark een verbond sluit dat dit nooit weer zal gebeuren.
Als teken van deze afspraak is daar nog steeds de regenboog. Het verhaal benadrukt de nauwe verbondenheid van God en Zijn schepping, inclusief de dieren. Het is die band die hersteld moet worden,


Waaraan ontlenen wij het recht dieren het leven, dat God ze geschonken heeft, zonder vorm van proces te ontnemen?
Op zichzelf is het executeren van een dier religieus nauwelijks te rechtvaardigen en helemaal wanneer dit ook nog met extra veel lijden gepaard gaat, wordt legitimatie wel héél problematisch.

// // // // //

Hans Bouma ook lid van de Dierenbescherming, was vele jaren redacteur van het blad ‘Dier’ waarin hij onder meer een rubriek ‘Het Dier in de Wereldgodsdiensten’ verzorgde.
Hans Bouma is ook schrijver van vele mensenzaken. Mooie boekjes die de mens kunnen ondersteunen of tot troost kunnen zijn zie hier enkele van zijn boeken.

In binnen- en buitenland heeft Hans Bouma enkele honderden poëzie-, lied- en gebedenbundels op zijn naam staan.

Sinds september 1999 presenteert hij, vooral in kerken, het succesvolle poëtisch muzikale programma Dichter bij muziek.

De inspiratie voor zijn schrijfwerk vindt hij in het gedachtegoed van Albert Schweitzer, die met het inzicht ‘ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil’ er radicaal voor koos de wereld vanuit verbindingen te denken, in plaats van uit tegenstellingen.

In het jaar 2009 heeft zich op de Veluwe een slachting van ongekende omvang afgespeeld waarbij ruim 6000 zwijnen zij gedood door jagers.
Dat houdt in dat 90 tot 95% van de Veluwse populatie de kogel heeft gekregen, waarmee elke vorm van populatie dynamiek letterlijk aan flarden is geschoten.

De Partij voor de Dieren hield een herdenking sceremonie voor de 6000 wilde zwijnen die in dat jaar tijdens het jachtseizoen op de Veluwe zijn gedood.
De herdenking bestond uit de plaatsing van 6000 kruisen rond een replica van het beeld van sneeuwvlokje het witte zwijntje dat 4 jaar geleden ten prooi is gevallen van jagers vanwege haar afwijkende raskenmerken. Bij de voltooiing van het monument sprak schrijver/dichter dominee Hans Bouma een requiem uit voor de 6000 zwijnen.

Hans Bouma

HIER GEBOREN EN GETOGEN

Requiem voor zwijnen op de Veluwe

Hier geboren en getogen,
hier zwijn geweest,
met huid en haar
aards en oorspronkelijk
zwijn.
Hier geleefd
in al hun pracht,
één en al lijf,
warm, majesteitelijk lijf,
geleefd in weer en wind,
van seizoen tot seizoen –
en lente was lente,
zomer was zomer
en herfst was herfst,
winter was winter,
geleefd tot het uiterste,
geleefd tot het innigste.

Hier geboren en getogen,
hier gespeeld en gerend,
hier gewroet in de aarde,
want leven is ook werken,
werken voor de kost,
hier zich knorrend
gewenteld in de modder,
zich tegen een boom aan geschurkt,
want leven is ook luizen, teken, vlooien
en daar is men niet van gediend.

Hier geboren en getogen,
hier gepaard en gepaard,
want zwijn zo zwijn zo zwijn,
tot in lengte van dagen
moet het doorgaan,
moet het doorgaan.

Hier geboren en getogen,
hier geleefd,
in al hun pracht geleefd,
welkom bij het licht,
licht dat hun aanzien gaf,
lucht die hun longen vulde
welkom bij de nacht,
de zo herbergzame nacht.

Hier geboren en getogen,
dit was hun wereld
en ieder zwijn is er één,
een kostbaar initiatief,
een weergaloos verhaal.

Dit was hun wereld.
Dát hadden ze gedacht –
ónze wereld.
Zwijnen, o zwijnen,
berg je maar.
Lastpakken, een gevaar, een plaag,
men kan wel op ze schieten
en jagers doen dat ook,
doen dat met het grootste plezier.

6000. Sneeuwvlokje, Martha, Julia, Evert,
Hendrik, brave, brave, nou ja brave Hendrik.
Zonder vorm van proces,
zonder pardon, zonder ook maar
een spoor van genade
neergeknald,
uit de wereld geholpen.
Onze, onze wereld.

6000 initiatieven,
kostbare initiatieven
de kop ingedrukt,
6000 verhalen,
weergaloze verhalen
gewelddadig,
volstrekt crimineel afgebroken.

Er is een God, er is een Schepper.
Barre tijden maakt Hij door.
Je zult maar God, maar Schepper zijn.
Pinksteren. Mensen geloven het:
de Geest uitgestort op alle vlees.
In alles wat leeft
de adem van de Eeuwige.
Je zult maar God, maar Schepper zijn.

Hier geboren en getogen,
hier zwijn geweest,
met huid en haar,
aards en oorspronkelijk zwijn.
Dit was hun wereld
en dit blíjft hun wereld.
Dat hadden ze gedacht
en ze denken niet meer.
Wíj denken het.

Sneeuwvlokje, Martha, Julia, Evert,
Hendrik, brave, brave Hendrik
en al die anderen, duizenden anderen,
rust, veel, veel te vroeg maar niettemin,
rust, eeuwige rust,
requiem aeternam is jullie deel.
En reken maar, wij mensen,
ja mensen
zullen niet rusten
voordat zwijnen hier
maximaal en tot het laatste
zwijn kunnen zijn.


Hans Bouma

// // // // //


Predikant Hans Bouma

Voor de dieren bid ik U, (Hans Bouma)

Voor de dieren
bid ik U,
de dieren die geen dier mogen zijn
niet kunnen leven naar hun aard
slachtoffer van onze winzucht, onze consumptiedrift
als ze maar productief, maar rendabel zijn.

Voor de dieren bid ik U,
de dieren waarmee eindeloos
gemanipuleerd wordt.
De dieren enkel goed voor experiment.

Voor de dieren bid ik U,
de dieren die moeten dienen
louter tot ons vermaak, tot onze meerdere glorie,
ter bevrediging van onze ijdelheid en pronkzucht.

Voor de dieren bid ik U,
De dieren weggepest, die uitgemoord worden,
de laatsten, de overlevenden.
O God, vergeef ons,
verander ons,
zodat de dieren
weer echt dier kunnen zijn
en wij weer echt mens.

Hans Bouma

Op 21 februari 2010 werd in de Pastoor van Arskerk in Delft een mis gehouden voor de slachtoffers van de Q-koorts.

Hierbij werden 40.006 kaarsjes. Voor de 40.000 geiten en de 6 mensen die zijn overleden als gevolg van het virus.

Predikant Hans Bouma heeft een grote interesse in dier en religie. Hij stak om 15.00 uur het laatste kaarsje aan en bracht in zijn mis zijn afschuw uit over de bio-industrie.

Naar hun aard:

Bouma verwijst naar het scheppingsverhaal in het boek Genesis, het eerste boek van de bijbel, waarin bij herhaling geschreven staat dat God de dieren schiep ‘naar hun aard’.
Dit eigen-soortige, eigen-aardige van de dieren mag hen niet worden afgenomen door hen op te sluiten in omstandigheden die ‘onaardig’ zijn.
“Biedt ze tenminste een milieu dat hun aanpassingsvermogen niet overschrijdt”
In de bio-industrie worden de dieren op grote schaal beroofd van hun mogelijkheden om zichzelf te zijn.
Bouma spreekt dan ook zonder een moment van aarzelen over “de hel van de bio-industrie“.
“Wat daar gebeurt – het dier blijft er geen dier bij. In zijn meest fundamentele behoeften wordt het dier genadeloos gefrustreerd.”

// // // // //


'' God had volgens Hans Bouma voor het verbond met de mens ("Een laatkomer, pas geschapen op de zesde dag'') een pact met de aarde.

"Het paradijs was de eerste fase op weg naar Gods koninkrijk, met de mens in een belangrijke rol om liefde, recht en vrede te brengen, de schepping te humaniseren.

De hele natuur is onderweg, met de bomen en de dieren. Wij niet alleen.''

'Kies dan het leven' uit Deuteronomium 30, moet volgens de theoloog Hans Bouma hét devies voor het milieubewustzijn van christenen zijn:

wat je eet en drinkt, hoe je met je tijd omgaat. En niet alleen je eigen leven moet je liefhebben, maar ook al het andere leven en dat van generaties die nog moeten komen.

Hans Bouma bepleit ook een 'groen diaconaat', met inbegrip van hulp aan dieren en een keus tegen de bio-industrie, 'een doods-industrie', zoals hij die noemt. Dieren zijn volgens hem geen gebruiks materiaal voor mensen.

Volgens Hans Bouma is het historisch al misgegaan in de vierde eeuw voor Christus. Toen ontstond de scheiding tussen het geestelijke en het stoffelijke. Dat leidde tot allerlei tegenstellingen: God versus mens, man versus vrouw, geest versus lichaam. "In dat klimaat ontstond het christendom, dat het joodse Oude Testament vergeestelijkte en Jezus alleen zag als zoon van de Schepper en niet van de schepping. Tijd en eeuwigheid werden ook ten onrechte uit elkaar gehaald."

De westerse kerken moeten hoognodig komen met "een creatuurlijke theologie, die de aarde waardeert als schepping, eigendom van God met een eigen unieke kwaliteit".

Dat vindt dichter dominee Hans Bouma, die de mens en diens belang te veel centraal vindt staan in de milieuethiek.

"In het drama van de milieucrisis is het christendom niet de hoofdschuldige, maar het is wel in hoge mate medeplichtig. Het heeft zich kritiekloos aangepast aan het antropocentrische (de neiging om de mens centraal te stellen, red.) dat de westerse cultuur al een paar eeuwen domineert. En dat is een grote zonde.''

Al dertig jaar geleden waarschuwde de milieubewuste predikant dat we ecologisch gezien op de rand van de afgrond leefden.

// // // // //

In een van de vele publikaties van de heer Hans Bouma ("Kunnen we maar niet beter zwijgen", 1988) noemde ds. Bouma de bio-industrie toen al „één grote lugubere doodsproductie".
„Zoiets als eerbied voor het leven is volstrekt afwezig. Hier wordt niet gekozen voor het leven, maar voor de verkrachting, de uitbuiting, het geweld, de dood.
Als iets indruist tegen Gods verbond met de aarde — als iets vloekt met het engagement van de Schepper, dan is het die bio-industrie wel.
Hoe blijven de christenen er christen bij, wanneer ze zich er niet radicaal van distantiëren?"

Vlees, zei hij, gedood, vermoord, geëxecuteerd dier, gedood, vermoord, geëxecuteerd medeschepsel, leef- en lijfgenoot, zo innig verwant – vlees, niets van een dier, ook niet van een levend dier, melk, kaas, eieren, honing, ik krijg het niet meer over m’n hart. En daarom krijg ik het niet meer over m’n tong. Want weet je, zei hij, ik draag mijn hart op mijn tong.

Hans Bouma over dierproeven

 



 

copyright:
Boven geplaatste tekst mag niet zonder voorafgaande toestemming overgenomen worden.
De link naar deze pagina is:

http://isis-veganisme.nl/hans-bouma-veganist-en-de-bijbel.htm

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

 











barry horne

 

isis-veganisme.nl

Artikelen, teksten en recepten mag u overnemen mits u aan bronvermelding doet: (bron: isis-veganisme.nl)

© isis-veganisme.nl